Het openbaar vervoer.
Dat is niet mijn favoriete vervoermiddel. Nooit geweest. Hoewel, voor de hartstilstand draaide ik mijn hand niet om voor een rit met trein of bus. Opgegroeid in een gezin waar pas in mijn tienertijd een auto werd aangeschaft, waren wij gewend aan fietsen, lopen, de tram op tijd halen. Met de trein naar tantes en ooms die verder weg woonden. Voor de lol je vader lopend van zijn werk halen, lopen van centrum Den Haag naar Scheveningen.
Op de fiets naar school, vereniging, vriendinnen en opa en oma’s. Door weer en wind met je oranje poncho. Als 6 jarige fietste ik al alleen naar de schooltuintjes op de Mient, en kwam ook veilig weer thuis. Ontelbare lekke banden werden gerepareerd door mijn vader, ontelbare fiets sleutels ben ik verloren.
Ook onze kinderen zijn gewend te fietsen. Stefanie reisde vier jaar lang met openbaar vervoer naar het Grafisch Lyceum in Rotterdam. Een reis van minstens 5 kwartier. Met haar ging ik ook met de trein naar Brussel, om daar een school te bekijken. En als je binnen 2 uur van Leiden naar Brussel kan komen, hoe lang kan het dan duren voor je van Leiden in Winterswijk bent? Nou, dat was een hele reis van ongeveer 3 uur heen en 4 uur terug, door de vertraging.
Na de hartstilstand ging het allemaal nog wat moeilijker. Openbaar vervoer; veel mensen in een krappe ruimte. Hoe kom je op tijd op station, bij de bushalte. Hoeveel vertraging heeft het dit keer. De hele weg bedenken en zorgen maken of ik wel in de juiste trein zit.
Overal zag ik gevaar. In mensen, dingen, onderweg vallende bomen op het spoor. De bus zal vast wel een ongeluk krijgen of wat fietsers doodrijden. En als je dan op het juiste station bent uitgestapt moet je nog naar de plaats van bestemming, door een vreemde stad, over een plein, langs een ziekenhuis.
Gelukkig ben ik gedreven dat ik alles weer moet kunnen, en alles weer moet lukken. Ik kan mezelf discipline opleggen om dingen te doen die ik niet wil, waar ik tegenop zie. Dus stap ik wel in de bus, in de trein, ik ben zelfs in een vliegtuig gestapt het afgelopen jaar. En na deze strenge winter met veel sneeuw en ijs, waar je beter niet doorheen kunt fietsen als je nog wat wankel en onzeker bent, ben ik er redelijk overheen.
Hoe gaat dat dan, met zo’n bus? Nou, ik ben natuurlijk altijd veel te vroeg bij de bushalte, strippenkaart zit standaard in mijn tas, die kan ik niet vergeten. Wel kwijtraken natuurlijk, maar dat is pas 1 keer gebeurd en het was op de terugweg. Ik kon in het station een nieuwe kopen.
Op tijd bij de bushalte. Niemand staat er nog. De twijfel slaat dan gelijk toe: is de bus al geweest? Rijdt hij wel vandaag? Altijd komen er nog meer mensen aanlopen, en dan ben ik weer gerust. Vooral ben ik blij als er ook een bekende bij zit. Soms is de bus laat, maar de meeste keren de afgelopen weken keurig op tijd.
Je hebt buschauffeurs in alle soorten en maten. De meeste mensen lopend in ochtend zwijgen langs de chauffeur, laten hun abonnement zien, of piepen met de ov chip. Ik groet altijd met een Goedemorgen, en laat mijn strippenkaart afstempelen. Meestal is er wel een zitplaats. De bus zit vol met schoolkinderen, die staan niet meer op voor iemand tegenwoordig. Ook heel tactisch zetten sommigen hun grote tas op de zitplaats ernaast om mensen af te schrikken plaats te nemen. Ik vraag dan altijd vriendelijk of ik daar mag zitten. Ik kan niet de hele weg staan, val nog wel eens om in de bocht.
Het liefste zit ik bij het raam, klein in een hoekje. Als ik aan het gangpad zit lopen mensen te dicht langs me heen. Dat vind ik niet prettig, en ook de rugzakken die langs je hoofd scheren vind ik vervelend. ’s morgens wordt er niet veel gezegd in de bus. ’s Middags is dat anders, veel bellende reizigers. De route leidt langs het klooster, over de Lammeschans, door de stad, naar het station. De haltes worden tegenwoordig middels een ingesproken boodschap kenbaar gemaakt. Net als in de metro in Londen. Zo leer je ze makkelijk uit je hoofd.
De buschauffeurs in vele soorten. Mannen, vrouwen, jong, middelbaar, oud. Vrolijk, met een grapje, grommend met geen zin om antwoord te geven op de vragen. De een rijdt stevig door, en komt nog overal te laat. De ander rijdt een rustig tempo en toch op tijd.
Van de week een jonge buschauffeur. Met een muts op. Niemand hoefde een kaartje te kopen. Waarom is met niet helemaal duidelijk geworden, maar ik denk dat er iets was met de stroomvoorziening. De klok deed het niet, de ov chip machine ook niet. Waarschijnlijk vond hij dat zo oneerlijk tegenover de strippende klanten, dat hij die ook niet liet betalen. De reacties van de mensen zijn grappig om te zien. Hij wuift met zijn hand en zegt: loop maar door. De een twijfelt, gelooft het niet, zei het dat nou echt? De ander loopt snel door, voordat hij zich kan bedenken. Een ander gaat eerst zitten en gaat dan nog een keer terug met haar portemonnee in de hand. Nee, het hoeft echt niet. Veel mensen trekken een verbaasd gezicht. Een enkeling zegt: bedankt!
Halverwege gaat de klok weer aan en omroepster geeft ook de haltes weer door. Ze loopt alleen een halve rit achter. Als ze Marsman hove omroept als we bij de Lelystraat zijn, roept een bewoner van Swetterhage heel hard: dat klopt niet hoor.
Een veilig ritje reed hij. Krachtig rijden, maar wel voorzichtig met het inhalen van de fietsers. Als ik langs hem de bus uitloop, wens ik hem een prettige dag verder. Dat doe ik altijd, maar nu meende ik het wel heel echt.
De bus. Ik hoop dat volgende week het weer het fietsen weer toelaat.
Laatste reacties